Zonnepanelen op het dak van een woonhuis in een groene wijk

Zijn zonnepanelen nog rendabel zonder saldering?

De salderingsregeling stopt per 1 januari 2027. Wat verdwijnt er dan precies, wat zegt het onderzoek over de terugverdientijd, en waarom wordt een thuisbatterij juist daarna interessanter?

Het is de vraag die we het vaakst krijgen sinds bekend werd dat de salderingsregeling op 1 januari 2027 stopt. Hebben die panelen op je dak dan nog zin? Het korte antwoord: ja. Maar het verhaal achter dat antwoord is belangrijker dan het antwoord zelf, want het bepaalt wat je nu moet doen.

Wat verdwijnt er eigenlijk?

Er bestaat een hardnekkig misverstand dat je vanaf 2027 belasting gaat betalen over wat je teruglevert. Dat klopt niet. Er komt geen heffing op teruglevering.

Wat je verliest is het recht om teruglevering weg te strepen tegen je afname. Stel je levert vandaag 1 kWh terug die je vannacht weer gebruikt. Met saldering kost je dat niets. Vanaf 2027 krijg je overdag nagenoeg niets voor die kilowattuur, en betaal je er vannacht zo’n 25 cent voor.

Van die 25 cent is ongeveer 10 cent de werkelijke prijs van de stroom. De andere 15 cent is energiebelasting. Het voordeel van salderen zat dus voor meer dan de helft in belasting die je niet hoefde te betalen. Dat is wat er verdwijnt.

Close-up van zonnepanelen op een pannendak

Wat zegt het onderzoek?

Twee economen van de Rijksuniversiteit Groningen, Carlotta Masciandaro en Machiel Mulder, publiceerden in het vakblad Energy Economics een modelanalyse van precies deze vraag. Hun conclusie is helder: panelen blijven een verstandige investering.

In cijfers. Een huishouden met zonnepanelen bespaart nu gemiddeld zo’n 690 euro per jaar dankzij saldering. Na 2027 zakt dat naar ongeveer 385 euro. Om de installatie terug te verdienen is ongeveer 250 euro per jaar nodig. Er blijft dus ruimte over. De terugverdientijd loopt daardoor op van iets meer dan vijf jaar naar ruim negen jaar, terwijl panelen technisch vijftien tot twintig jaar meegaan en in de praktijk vaak veel langer.

Eerlijk is eerlijk: niet elk onderzoek komt op hetzelfde uit. CE Delft en TNO kwamen in een studie voor de zonne-energiesector op twaalf tot zeventien jaar. Dat verschil zit vooral in de aannames over stroomprijzen en over hoeveel je zelf direct verbruikt. Maar in beide gevallen blijft de terugverdientijd binnen de levensduur van de panelen. En dat is waar het om gaat.

Er is bovendien een vangnet. Tot 2030 moeten leveranciers minimaal de helft van de leveringsprijs vergoeden voor wat je teruglevert.

De vraag verschuift

De interessante verandering is niet of panelen nog renderen, maar waar dat rendement vandaan komt.

Onder saldering maakte het niet uit wanneer je je zonnestroom gebruikte. Alles werd aan het eind van het jaar tegen elkaar weggestreept. Je kon dus zoveel mogelijk panelen leggen en de rest wegsturen.

Vanaf 2027 telt alleen nog wat je zelf gebruikt op het moment dat je het opwekt. Elke kilowattuur die je direct verbruikt bespaart je het volle tarief, inclusief die 15 cent belasting. Elke kilowattuur die je wegstuurt levert een paar cent op. Het verschil tussen die twee is een factor tien.

Het probleem is dat je zon overdag schijnt en je verbruik ’s avonds piekt. Een gemiddeld huishouden met panelen gebruikt ongeveer de helft van de eigen opwek direct. De andere helft gaat het net op, en dat is precies het deel dat straks bijna niets meer waard is.

Met een batterij haal je er meer uit

Hier komt een thuisbatterij in beeld. Die doet precies één ding, en dat ene ding is precies wat er nodig is: hij verschuift je overschot van het moment waarop het niets waard is naar het moment waarop je het anders had moeten inkopen.

Een kilowattuur die je opslaat in plaats van teruglevert is geen paar cent waard, maar het volle tarief. Inclusief die energiebelasting die je anders had betaald. Dat is de hele businesscase, en het is waarom een batterij juist na 2027 aantrekkelijker wordt in plaats van minder.

In de praktijk gaat je zelfconsumptie met een goed gekozen batterij van ongeveer de helft naar boven de negentig procent. Je netafname daalt fors, en je teruglevering wordt bijna nul.

Belangrijk is wel dat het formaat klopt. Te klein en je zit ’s avonds alsnog aan het net. Te groot en je betaalt voor capaciteit die je in de winter nooit vult, omdat er dan simpelweg geen overschot is om hem mee te laden. Bij de meeste huishoudens ligt het optimum lager dan mensen zelf denken.

Wat betekent dit voor jou?

Heb je al panelen: laat ze liggen. Ze zijn allang niet meer de investering die ze waren, maar ze verdienen nog steeds. De winst zit nu in slimmer gebruiken in plaats van meer opwekken.

Overweeg je panelen: koop er niet meer dan je realistisch zelf kunt verbruiken. De tijd van zoveel mogelijk panelen op het dak is voorbij.

En wil je weten wat opslag in jouw situatie oplevert: pak je jaarafrekening erbij. Je afname en je teruglevering zijn de enige twee getallen die je nodig hebt.